Opblaaskrokodil

Er viel vanmiddag een pakketje door de brievenbus. Een grote, dikke, witte envelop. Die moeten we natuurlijk met z'n allen open maken. Uit de envelop komt een groen, plat opgevouwen stuk plastic. Abel ziet meteen het doorzichtige dopje; 'Die moet je opblazen mama!' De pomp van ons kampeeravontuur ligt nog in de eetkamer, dus samen duwen en trekken we lucht in de krokodil. En dan is die voor Jorik opeens best wel groot en spannend. Als je twee jaar bent kan je beddengoed maar zo veranderen in een gevaarlijk monster, is de wc net een eindeloze draaikolk waar alles en iedereen in verdwijnt, en zijn opblaasbeesten soms ook echt gevaarlijk.

Hoe vertederend de fantasie van een peuter ook kan zijn, soms is het best frustrerend. Je kunt nog zo overtuigend vertellen dat spoken niet bestaan; zodra jij de slaapkamer verlaat, komen ze toch echt stiekem onder het bed of uit de kast vandaan. En dan kan het heel lang duren voordat iedereen slaapt.

Wij vertellen onze kinderen altijd dat monsters en spoken niet bestaan. Niet dat het veel helpt, maar er komt een dag dat ze ons zullen geloven. Tot die tijd helpt het toch het beste om het 'spelletje' een beetje mee te spelen. Je kunt namelijk ook heel mooi gebruik maken van het vervaagde onderscheid tussen fantasie en realiteit. Voor het slapen gaan worden eventuele monsters en andere nare wezens het raam uit gezet. Daarbij kunnen we gebruik maken van de vele hulptroepen op de kamers van de jongens. Grote beer, varkentje, kikker en konijn zijn heel dappere krijgers, en winnen het altijd van iedereen. En als er dan toch iets stiekem door het raam terug probeert te komen, dan struikelen ze zo over alle autootjes en legoblokjes die overal op de grond liggen. 

De opblaaskrokodil sturen we niet het raam uit, maar we moeten toch op zoek naar een oplossing. De eerste poging; leeg laten lopen en opnieuw opblazen (kijk maar, het is gewoon een slappe plastic zak) werkt niet, en maakt het voor Jorik zo mogelijk nog erger. Misschien moet hij er gewoon even door heen? Ik zet hem samen met zijn grote broer op de krokodil, 'Kijk maar, Abel is ook niet bang'. Het harde brullen van Jorik jaagt het beest ook niet weg. Tijd voor een andere aanpak. De krokodil ligt achter de bank, en wij gluren met z'n drietjes voorzichtig over het randje. Ik moet toegeven, dat de verleiding om dan even heel hard te brullen erg groot is. Maar in plaats daarvan stel ik voor om samen de krokodil te vangen. Abel wil wel, Jorik roept heel hard van niet. Dus terwijl Jorik toekijkt, springen Abel en ik boven op het groene beest. We klemmen ons stevig vast en stompen op zijn ogen. Helaas, hij ontsnapt. Jorik begint het dan leuk te vinden, dus we doen nog een paar pogingen. Uiteindelijk hebben we het geheim ontdekt; als je drie keer op de grond stampt en daarna hard op zijn neus stompt, dan kan de krokodil niks meer. Na een paar keer uitproberen weten we het zeker, en durft Jorik het ook. Eerst zijn schoenen aan, want dan kun je beter stampen. Luid gejuich wanneer de overwinning daar is. Jorik stampt en stompt zo hard hij kan, en dan moet de krokodil zich wel gewonnen geven. Zo trots als hij kijkt wanneer hij vervolgens op de rug van het dier gaat zitten. 

De krokodil ligt nu te slapen, bij Abel in bed. 'Morgen ben ik kapitein Haak mama!' Dan is de wasmand weer een piratenschip, veranderen de honden in haaien en dient de stofzuiger als kanon.