Oostindisch doof: het 5-stappenplan

Onze jongens zijn vaak doof; de oostindische variant. Thuis, maar vooral ook als we ergens anders zijn. Last van bananen in de oren. En ook ik heb het gezegd: 'dat doen ze anders nooit'. Inmiddels ben ik daar mee opgehouden. Iedereen weet toch wel dat dat onzin is.

Als we thuis zijn, weten ze dat ik veel sneller ingrijp.  En ergens anders weten ze ook heel goed dat ik dat dan juist minder snel doe. Dat er dan ook nog vaak om ze gelachen word, werkt ook niet echt mee. Alles wat niet mag wordt dan een spelletje, succes verzekerd.

Afgelopen week nog, in de supermarkt. Zo af en toe haal ik mezelf over om toch nog eens naar de winkel te gaan met alle drie de kinderen. Jorik blijft meestal redelijk bij me in de buurt (ideaal dan, die verlatingsangst), maar Abel gaat er steevast vandoor en haalt van alles uit. De laatste keer dat ik hem na lang zoeken weer terug vond in de supermarkt, zat hij op de grond, midden in het gangpad, bij de appelmoes. Een heel aantal potten om zich heen verzameld, waar mee hij keurig aan het bouwen was. 

Nu laat ik mij in dit soort situaties meestal leiden door mijn moederinstinct. Maar zo nu en dan lees ik wel eens wat over hoe andere moeders met bepaalde situaties omgaan. Zo heb ik wat op internet gezocht over peuters en kleuters die weigeren te luisteren. Met alle opvoedstijlen waarmee ons land de laatste decennia is verrijkt, vind je dan een keur aan mogelijkheden. Ik heb er vijf geselecteerd en uitgeprobeerd.

Mogelijkheid 1: neem even pauze en bekijk rustig wat je kind aan het doen is. Dus heb ik een poosje rustig staan toekijken hoe Abel de ene pot appelmoes na de andere uit de schappen pakte en ze netjes naast en op elkaar stapelde. Als hij toe is aan de derde rij op elkaar, besluit ik dat dit toch niet de stap is voor dit moment. 

Mogelijkheid 2: Erkenning geven voor wat je kind aan het doen is: 'Ik zie dat je....' Of, als je echt geen idee hebt waar je kind mee bezig is; vraag wat je kind aan het doen is. In dit geval maak ik een combinatie van beide. 'Ik zie dat je allemaal potten hebt gepakt Abel. Wat ben je aan het doen?' Het antwoord luidt dat hij een kasteel aan het bouwen is. We zijn dan een stapje verder, want mijn vraag is bij Abel aangekomen en hij heeft geantwoord. Toch is dit nog niet naar tevredenheid, want de situatie is verder weinig veranderd.

Mogelijkheid 3: Vraag of je mee mag doen. Dat lijkt in deze situatie niet handig, maar met een extra draai eraan kan ik er toch wel wat mee. Ik vraag of ik mee mag doen, en stel voor om het kasteel te verplaatsen in de schappen van de winkel. Heel even gaat dat goed, totdat meneer besluit om de potten appelmoes die zijn terug gezet nu te vervangen voor potten met wortels.

Mogelijkheid 4: Het kind de leiding geven. Dat klinkt misschien gek, maar voor Abel zou dit best wel eens kunnen werken. Hij houdt er van om controle te hebben over wat hij doet. Dus vraag ik of hij de potten appelmoes, óf de potten met wortels terug wil zetten. Het kost even wat aandringen, maar het werkt. Hij kiest voor de wortels, en terwijl hij die terug in de schappen zet, ruim ik de potten appelmoes op.

Mogelijkheid 5: Vertel op tijd wat je gaat doen.  Dus geef ik aan dat we eerst nog even brood moeten pakken, en daarna naar de kassa gaan. Abel weet waar het brood ligt en helpt goed mee. Onderweg naar de kassa loopt hij voorop.

Al met al kan ik concluderen dat alle vijf de opties wel hun uitwerking kunnen hebben, wanneer op de juiste manier toegepast. Aan de andere kant; het moederinstinct zal haar werk toch meestal ook wel doen. De dag erna waren we weer in dezelfde supermarkt. Vantevoren hadden we duidelijke afspraken gemaakt. Maar we waren nog niet binnen, of Abel ging er al weer vandoor. Ik heb hem toen even stevig bij de arm gepakt en op duidelijke toon toegesproken: 'Je pakt NU de wandelwagen vast, en o wee als je los laat voordat we weer buiten zijn!' Een paar mensen keken me aan alsof ik de vreselijkste moeder ben die ze ooit zijn tegen gekomen. Maar het werkte wel, en we waren zo weer buiten.

Ach, je doet het toch nooit goed. Volgens de één ben je te lief, de ander vindt je te streng, sommigen zelfs ouderwets. Alle moeders weten het beter. Dat komt vast omdat alle moeders weer andere kinderen hebben. En dat is maar goed ook.

Oostindisch doof zijn, of last van bananen in de oren zoals wij hier meestal zeggen, is nou eenmaal een hardnekkig iets bij kleine kinderen. Niet alleen Abel kan er wat van, Jorik doet vaak net zo hard mee. En over een jaar of anderhalf kan Sanneke er vast ook wat van. Ik denk dat wij maar gewoon heel vaak 'nee' blijven zeggen. De vijf stappen die ik hierboven beschreef hebben zeker hun charme, en hebben ook vast hun uitwerking wel. We zullen ze ook nog wel regelmatig toepassen. Maar even duidelijk 'nee' zeggen gaat vaak toch sneller. En als de kinderen dan toch die discussie aan willen gaan, dan heb ik gewoon bananen in mijn oren. Hele grote.