De jas van opa

Opa is verhuisd. Naar de hemel. Zijn jas heeft hij achter gelaten. Die heeft hij niet meer nodig, want hij heeft nu een nieuwe jas gekregen. Het is verdrietig, want de oude jas ging al bijna tachtig jaar mee, en had al heel wat mee gemaakt. Die ouderdom waren we aan gewend geraakt, we waren er aan gehecht. Samen hebben we afscheid genomen, en de oude jas begraven. Wat zijn we benieuwd naar de nieuwe jas van opa! Abel is heel nieuwsgierig. 'Hij is vast geel! Met een beetje groen.' Maar dat blijft voorlopig nog een verrassing.

'Dood gaan is net zoiets als verhuizen', hebben we Abel uitgelegd. Opa woont nu in de hemel, bij de Here God. Dat is fijn, maar ook verdrietig, omdat wij hem nu moeten missen. Nu moeten we opa begraven. 'Maar hij is toch al in de hemel?' vraagt Abel. Ja, opa zelf is in de hemel. Maar zijn jas heeft hij achter gelaten. En die gaan we samen begraven. In een kist, met mooie bloemen. 'Mag ik dan het gat graven, met mijn gele schep?' Lieve Abel. Nee hoor, dat doet iemand anders wel. Maak jij nog maar een cadeautje voor opa. Daar hoeft hij niet lang over na te denken; opa krijgt gekleurde balletjes, in een grote glazen pot. Met een strik erom. 'Dag lieve opa' zetten we er op. 

Op de dag van de begrafenis gaan we samen de kist ophalen. Met de oude jas van opa erin. 'Is dit dan de hemel?' vraagt Abel. Nee, opa is in de hemel, maar wij kunnen dat nu niet zien. 'Wat jammer dat de kist niet bij ons in de auto gaat'. Maar die andere auto heeft gordijntjes, dat vindt opa vast mooi. 'Komt opa dan morgen weer terug? Misschien moet hij gewoon een prikje'. Nee, als je dood bent kom je niet meer terug. Daarom zijn we ook zo verdrietig. Maar later, in de hemel, zien we elkaar weer.

Wat is de dood iets moeilijks. Spannend, verdrietig, verpletterend soms. Toch is de dood geen eindstation. Al kunnen we ons nog zo hechten aan alles in dit leven, de mooie momenten van het leven in deze aardse jas geven maar een heel klein voorproefje van wat ons te wachten staat in het leven hierna. Wanneer God ons een nieuwe jas aanreikt. Eentje die veel beter past, en waarin je volledig tot je recht komt. Geen scheuren meer, geen vale kleuren, maar een jas waarin jij jezelf kunt zijn, tot eer en glorie van de Vader. De dood is geen eindpunt. Het is het moment waarop we onze oude jassen achterlaten, en in Gods heerlijkheid mogen binnen gaan. Daar heeft Hij jouw nieuwe jas al klaar. 
God heeft het beloofd: iedereen die in Hem gelooft, zal nooit sterven, maar eeuwig leven hebben. Jezus werd mens, zodat Hij door zijn dood het kwade kon overwinnen. De duivel heeft geen troon meer, hij heeft geen macht meer over de dood. 

In het laatste deel van de Bijbel, vertelt Johannes over de heerlijkheid van de hemel. In een visioen zag hij de deur van de hemel open staan, en mocht hij een glimp opvangen van wat zich daar afspeelt. Wat hij beschrijft is indrukwekkend. Het is de plaats waar Christus is, en waar Hij een plaats (jas) voorbereid voor iedereen die het aan wil nemen. Over dood en graf heen, is er die hoop. Want in die nieuwe jas, zal werkelijk niets of niemand ons nog bij Gods heerlijkheid vandaan kunnen houden. Daar mag je zijn wie je echt bent.