Kleine, kleine Sanneke

Die vrijdagochtend, bij de verloskundige leek alles in orde. Ik was 32 weken en 6 dagen zwanger van ons derde kindje. Ze leek wat aan de kleine kant, maar onze jongens waren ook geen grote baby's. Ook voelde ik weinig beweging, maar ze was immers klein, en tijdens de zwangerschap van Abel had ik ook weinig gevoeld. Geen enkele reden om te denken dat er iets niet in orde zou zijn. Thuis maakte ik nog een lijstje van de laatste dingen die we nog in huis moesten halen; luiers, wasgel, dat soort dingen. Nog twee maanden, dan zou onze dochter geboren worden. Middels een geplande keizersnede, omdat bij Abel en Jorik een normale bevalling ook niet mogelijk was.
Diezelfde middag ontdekte ik een klein beetje bloedverlies. Het was vast niks, maar voor de zekerheid belde ik toch de verloskundige. Zij had me die ochtend nog gezien, en bevestigde min of meer dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Voor de zekerheid mocht ik even langs het ziekenhuis, voor een hartfilmpje. Dan konden we met een gerust hart het weekend in. Onderweg naar het ziekenhuis voelde ik wat harde buiken op komen. Meteen stelden Henry en ik onszelf gerust. Met bijna 33 weken is het niet raar om dat af en toe even te hebben, en ik was die week ook druk geweest.
Het hartfilmpje liet zien dat het goed ging met ons kindje, en op de echo die nog gemaakt werd zagen we dat het kleine mensje vol leven zat. Gerust gesteld wilde ik al weer naar huis gaan, maar het hartfilmpje was nog niet helemaal klaar. Terwijl ik rustig lag te wachten kwamen de harde buiken weer opzetten. Ze kwamen steeds vaker, en waren nu ook duidelijk te zien op de monitor. Voor de zekerheid moesten we toch maar iets langer blijven. Een paar uur later kreeg ik een infuus met weeënremmers. En iets om de longen van het kindje te laten rijpen, mocht ze toch al geboren worden. Op zo'n moment wordt het toch wel serieus. Zou ze echt nu al komen? Toch hebben we ons geen moment zorgen gemaakt. Er waren mensen voor ons aan het bidden en, hoe dan ook, het zou goed komen.
Die nacht kwam de bevalling zo ver op gang, dat het besluit viel om het kindje te gaan halen. Mijn baarmoeder was kwetsbaar door de littekens van de vorige bevallingen, en de weeën zorgden voor te grote risico's. De baarmoeder kon scheuren, en dat zou gevaarlijk zijn voor ons allebei. Dus werd ik klaargemaakt voor de operatie, en probeerden we ons nog even zo goed mogelijk voor te bereiden op de geboorte van onze dochter. Vanaf dat moment ging alles heel snel. De ruggenprik ging moeilijker dan de vorige keren. Pas na de vierde poging werkte de verdoving, en al snel daalde mijn bloeddruk zo, dat ik heel beroerd op de operatietafel lag. Ik had het gevoel dat ik de artsen meer voelde trekken aan mijn buik dan de vorige keren. Maar ik wist me ook te herinneren dat als ze eenmaal begonnen zijn, het kindje ook heel snel geboren wordt. En ik was opgelucht dat ik de weeën niet meer voelde. Dus ik richtte mijn gedachten op onze dochter, en keek vol verwachting naar het televisiescherm boven mijn hoofd. Daar kon ik precies volgen wat ze aan het doen waren. Het ging moeizaam en ik verloor veel bloed. Maar even later was ze daar. Door twee paar handen werd ze uit mijn buik getild. Om 4.14 uur die nacht, werd onze prachtige dochter Sanneke geboren. Heel even kon ik haar zien, voordat ze naar de couveuse afdeling werd gebracht. En toen begon het lange wachten, wachten tot ik haar eindelijk goed kon bekijken en in mijn armen kon nemen.
Terwijl Sanneke werd verzorgd op de kinderafdeling van het ziekenhuis, moest ik wachten tot ze klaar waren met alle hechtingen. Pas toen Sanneke geboren was, voelde ik ineens hoeveel pijn ik eigenlijk had. Dit hoorde niet. Door de ruggenprik zou ik alleen wat duwen en trekken moeten voelen. Maar dit was veel meer dan dat. Ik bad dat ze snel klaar zouden zijn, maar door complicaties duurde het langer dan normaal. Binnen een paar minuten werd de pijn zo hevig, dat ik alsnog onder volledige narcose moest; ik ademde zo diep in als ik maar kon, en al heel snel voelde ik niets meer.

Toen ik later bij kwam, vertelde de arts dat door littekenweefsel de baarmoeder omgeklapt in mijn buik lag. Daardoor moesten ze deze openen op een plaats waar veel bloedvaten lopen, en verloor ik veel bloed. Maar met Sanneke ging het goed! Heel klein was ze, ook voor de termijn waarop ze geboren was. Met een bevalling op precies 33 weken en een gewicht van 1760 gram, werd ze prematuur en dysmatuur genoemd. Daar lag ze dan, zo klein en toch helemaal af. Ons kleine, kleine meisje. Met blauwe plekken op haar lijfje van de grote handen die haar uit mijn buik hadden getrokken. Beplakt met draadjes en slangetjes. Maar wat was ze mooi! Perfect geschapen.

Sanneke bleek een heel sterk meisje te zijn. De verzorging deden we zo veel mogelijk zelf. Met veel geduld werd ons geleerd hoe we in de couveuse haar luier moesten verschonen, zonder dat alle draadjes en slangetjes los zouden gaan. We kregen zelfs les in het geven van sondevoeding, zodat ze sneller naar huis zou kunnen. Na 5 dagen werd ik ontslagen uit het ziekenhuis, en moesten we Sanneke achter laten. Iedere dag reden we op en neer. Ze zou waarschijnlijk nog wel tot de uitgerekende datum moeten blijven, en zo konden we haar toch elke dag even vast houden. Na een week mochten we haar heel voorzichtig in bad doen. De mijlpalen volgden elkaar in snel tempo op. Elke keer een draadje of een slangetje minder. En na twee weken mochten we haar, tegen alle verwachtingen in, al mee naar huis nemen. Eindelijk lag ze naast ons bed in haar eigen wiegje en konden we haar vasthouden wanneer we maar wilden. Met een draagdoek speciaal voor premature kindjes kon ik haar uren lang bij me houden.

Inmiddels is Sanneke bijna 6 maanden, en weegt ze ruim 5 kg. Ze doet het ontzettend goed en is een vrolijke dame. Wat een rijkdom; drie gezonde kinderen! Regelmatig realiseer ik me dat, aan de andere kant van de wereld, ze het waarschijnlijk alle drie niet hadden overleefd. Wat hebben we hier dan ontzettend veel om dankbaar voor te zijn!  Door dat besef geniet je toch nog meer van wat je gegeven is. Daar nemen we dan ook echt de tijd voor. Samen geven we prioriteit aan alles wat er echt toe doet. En stiekem hoop ik dat ze nog heel lang klein blijven.